Het examenreglement
Dit examenreglement is van toepassing op de eindevaluaties van Lucina-Opleidingen
Huishoudelijk reglement van toepassing op de eindevaluatie bij de opleidingen van Lucina.
1. De eindevaluatie zal gebeuren in dezelfde geest en volgens dezelfde kwaliteitscriteria als deze waarin de opleiding en vorming heeft plaatsgevonden.
2. De cursisten zijn vooraf goed geïnformeerd over de modaliteiten van de betreffende eindevaluatie en over de inhoud en de kwaliteit van de verwachte antwoorden, dit overeenkomstig de doelstellingen van die bepaalde opleiding. Zij hebben tevens kennis van de gehanteerde beoordelingscriteria. De doelstellingen, het programma en de evaluatie worden opgevat als één systeem. Deze info wordt bij de introductie van elke opleiding en gedurende de opleiding meegegeven.
3. Overeenkomstig de voorschriften van de dienst Permanente vorming van de K.U.Leuven wordt een getuigschrift of een attest uitgereikt. Het huishoudelijk reglement bij de eindevaluatie is opgesteld volgens Artikel 77 van het examenreglement van de K.U.Leuven, nl. ‘Bijzondere regels voor de postacademische vormingen’.
4. Het doel van de eindevaluatie is het kunnen vaststellen van de leer- en vormingseffecten bij de cursisten, teneinde op een gefundeerde wijze het getuigschrift of attest toe te kennen.
5. De eindevaluatie is verschillend per opleiding (cfr. inroductie bij elke opleiding), voor de de meeste opleidingen omvat deze actieve aanwezigheid, de verwerking en presentatie van opdrachten, de mondelinge verdediging van een eindwerk* en de mondelinge toetsing van de theoretische kennis. De opdrachten en examenvragen worden evenwichtig opgesteld door de betreffende werkgroep**. De examenvragen betreffen kennis- inzicht- en toepassingsvragen.
6. Het eindwerk wordt in 4 exemplaren ingediend (ook elektronisch in PDF voor preventie en milieu) en moet tegen een deadline bij de leden van de eindevaluatiejury zijn. Dit betekent dat de kandidaat zelf verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van het eindwerk.
7. De eindevaluatiejury is minimaal samengesteld uit drie personen; daarbij moeten de volgende functies vertegenwoordigd zijn:
Voor preventie en milieu
a) de promotor, die de cursist begeleid heeft bij het ontwikkelen van zijn eindwerk;
b) de meelezer, die het eindwerk als afgewerkt product mee evalueert
c) de juryvoorzitter, die de coherentie voor de totale groep inzake toepassing van dezelfde evaluatienormen moet bewaken en die fungeert als tweede meelezer voor de eindwerken waarvan hij/zij geen promotor is;
d) de projectleider of coördinator, hij/zij staat de taak van de voorzitter bij en geeft informatie over de actieve medewerking gedurende de opleiding.
Indien de juryvoorzitter promotor of meelezer is, wordt er een tweede meelezer aangeduid.
Indien er geen eindwerk wordt verdedigd wordt een derde jurylid aangeduid.
Voor veiligheidscoördinatie bestaat de jury uit een voorzitter, een jurylid en de projectleider of coördinator.
Waar de regelgeving dit vereist wordt een vertegenwoordiger van de overheid uitgenodigd.
8. De keuze van de promotor, meelezer en voorzitter gebeurt door de betrokken werkgroep**. Veranderen van promotor kan niet, tenzij met toestemming van de werkgroep. Tussen de kandidaat en de promotor of de meelezer mag er geen relatie bestaan die een vermoeden van vooringenomenheid zou kunnen laten veronderstellen. Dit impliceert geen aan- of bloedverwantschap tot in de vierde graad en geen rechtstreekse hiërarchische relaties. De cursist moet tenminste 3 contactmomenten met de promotor hebben. De werkgroep zorgt ervoor dat de leden van de jury voldoende garanties bieden in wetenschappelijk en professioneel opzicht en ook inzake rechtvaardigheid en objectiviteit. In principe kan niemand worden toegelaten tot de eindevaluatiejury indien hij academisch of professioneel niet ten minste dezelfde kwalificaties heeft verworven in het te evalueren domein als de kandidaat.
9. De werkgroep geeft formeel zijn goedkeuring aan de toewijzing van promotoren. Daarbij vertrouwt men er op dat elk jurylid in zijn deelname aan de eindevaluatie deontologisch zuiver zal functioneren en er geen voordeel zal uit halen, noch vertrouwelijke informatie van de cursist zal gebruiken.
10. Per cursist wordt per eindevaluatieonderdeel 15 tot 30 minuten evalueertijd voorzien. In principe wordt de verdediging van het eindwerk en het theoretische examen in één moment afgelegd. Voor veiligheidscoördinatie is dit wettelijk anders bepaald.
11. De beoordeling van het eindwerk en van de antwoorden gebeurt aan de hand van bestaande instructies en checklists.
12. De student die dit wenst, kan een waarnemer het mondelinge examen laten bijwonen. Bij de opleiding staat de contractuele relatie tussen de onderwijsverstrekker (= Lucina) en de cursist voorop. Daardoor hebben de werkgevers (juridisch gezien) geen recht op deelname en aanwezigheid bij de examenbeoordeling. De waarnemer kan geen student van hetzelfde programmajaar zijn noch een student die in datzelfde academiejaar voor dezelfde examenjury moet verschijnen, evenmin als een bloed- of aanverwant tot in de vierde graad. De student verwittigt tenminste zeven dagen voor een examen de voorzitter van de examencommissie. De waarnemer kan enkel schriftelijk notities nemen. De waarnemer neemt niet deel aan de deliberatie tussen de juryleden.
13. De motivering van de beslissing houdt het volgende in:
a) Er is klaarheid over de slaagnormen. Concreet betekent dit dat de cursist op elk van de onderstaande invalshoeken een voldoende behaalt. De criteria zijn samengevat:
- verwerking van de opdrachten
- indienen en verdediging van het eindwerk
- kennis van de leerstof
b) Indien de cursist zich duidelijk binnen bepaalde normen situeert, dan ligt de motivering van de eindscore ‘in de aard van de cijfers zelf’.
c) Indien de cursist zich op een bepaalde grens bevindt en de examenjury niet tot een vergelijk komt dan wordt de beslissing doorgeschoven naar de werkgroep. In geval van blijvende discussie wordt de situatie besproken op de deliberatiecomissie***.
Indien om redenen van overmacht de cursist gedurende meerdere lesdagen niet aanwezig kon zijn, zal hij een extra prestatie moeten leveren om te bewijzen dat hij de betreffende leerstof op individuele basis verworven heeft. Dit gebeurt in overleg met de projectleider en de werkgroep. De deelnemer kan extra bevraagd worden op het moment van de eindevaluatie. Indien een kandidaat zonder geldige redenen meer dan 10% afwezig was, kan hij geweigerd worden tot de eindevaluatie. De aanwezigheid en actieve medewerking worden mathematisch niet verrekend maar beïnvloeden wel het eindresultaat.
14. De totale quotatie gebeurt op 100 punten. Men moet minimaal 50 % behalen om te slagen. De cursist moet voor elk onderdeel (opdrachten, eindwerk en theorie) geslaagd zijn. Voor veiligheidscoördinatie ligt het te behalen percentage op 60%.
15. Na de ondervraging van elke kandidaat over het eindwerk en/of over de cursusinhoud, beslist de jury, via consensus, of de betrokkene geslaagd is of niet en hoeveel punten de kandidaat verdient. De globale examenresultaten worden goedgekeurd door de deliberatiecommissie. Een cursist weet vrijwel onmiddellijk na het examen of hij al dan niet geslaagd is of een deliberatie wordt overwogen. Wie geslaagd is ontvangt een voorlopig attest, het officiële getuigschrift wordt uitgereikt op de jaarlijkse proclamatie. De bekomen score kan pas na de proclamatie worden meegedeeld, dit gebeurt op vraag van de cursist. Indien gewenst kunnen gedurende de eerstkomende twee weken de resultaten ook mondeling worden besproken. Omdat de toegekende quotatie van zoveel factoren afhankelijk kan zijn en duidelijk dient gesitueerd en gerelateerd te worden, wordt de bekomen score niet publiek bekend gemaakt en ook niet doorgegeven aan derden.
16. Indien de kandidaat de eerste maal niet slaagt omwille van een tekort hetzij op het eindwerk, hetzij op de kennis van de leerstof, hetzij op beide, dan wordt hem de kans gebodendeel te nemen aan een tweede zittijd. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een derde zittijd toegestaan worden. De deliberatiecommissie bepaalt of dit wordt toegestaan. Tussen het einde van de opleiding en de laatste zittijd mag maximum één jaar liggen.
17. De eerste zittijd vindt voor de meeste opleidingen plaats in februari, juni of september (afhankelijk van de start van de opleiding); de tweede zittijd is de eerstvolgende zittijd. Indien er wettelijke bepalingen zijn, waardoor deze momenten niet gerespecteerd kunnen worden, kan een evaluatie buiten deze momenten georganiseerd worden, dit steeds in overleg met de werkgroep.
18. Klachten ten aanzien van het toepassen van dit huishoudelijk reglement worden ingediend bij de coördinator die deze zal bespreken met de betreffende werkgroep en deliberatiecommissie. Dit dient schriftelijk binnen de 5 dagen na meedelen van het resultaat te gebeuren. Bij een klacht wordt het verloop en de eindevaluatie geanalyseerd volgens de klachten procedure.
*eindwerk, coördinatiedossier of actieondezoek.
**elke opleiding wordt aangestuurd door een werkgroep van deskundigen.
*** de deliberatiecomissie bestaat uit de voorzitter van de stuurgroep van Lucina, de voorzitter van de kwaliteitsgroep, de coördinator, de betrokken projectleiders en voorzitters van de werkgroepen.
Up date 26 december 2009.